Maarten Doorman, Rousseau en ik

essay, 140 blz., Uitgeverij Bert Bakker

Over de erfzonde van de authenticiteit 

 

In Filosofie Magazine van november j.l. verscheen een voorpublicatie.
In 2012 is het 300 jaar geleden dat Rousseau werd geboren. En hij is nog altijd onder ons, nu meer dan ooit. Want Jean-Jacques Rousseau (1712-1778) is de uitvinder van het ik zoals wij dat sinds meer dan twee eeuwen nastreven en dat ik staat hoog op de agenda. In de politiek, de kunst, het onderwijs, op tv en in ons eigen leven.
Vanaf Rousseau zijn we in de greep van het verlangen naar echtheid. Naar de natuur, naar spontaniteit, jeugd, vriendschap en liefde. Dankzij Facebook snappen we dat we onszelf moeten spelen, zoals de echtheid van Boer zoekt vrouw geregisseerd is en de oprechtheid van de politicus het product is van mediatraining.
Authenticiteit is onmogelijk. Dat laat Rousseau al zien. Vooral in zijn eigen leven, waarover hij uitvoerig schrijft. De paradoxen daarin zijn niet te wijten aan de balsturigheid en paranoia van deze hysterische filosoof, maar aan het verlangen naar echtheid zelf. Eerlijkheid leidt tot hypocrisie, heimwee naar de natuur tot aanstellerij.
In Rousseau en ik beschrijft Maarten Doorman hoe we nog steeds in zulke verlangens vastzitten en vraagt hij zich af of we kunnen ontsnappen aan de erfenis van Rousseau.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.